Autun-Haybes

Dag 12: Autun-Haybes


Vandaag heb ik een prachtige -nee schitterende-, gedenkenswaardige -nee onvergetelijke- zorgvuldig geplande dwaaltocht door Midden- en Noord-Frankrijk gemaakt. Ik weet het: 'zorgvuldig gepland' en 'dwalen' gaat niet helemaal samen, maar toch voelde het zo. Vriend J., die dominee is, heeft me wel eens uitgescholden voor control freak toen ik tijdens een trip in Duisland met hem zo de route op dorpen en wegnummers plande. Maar ja, hij heeft de Heer die hem leidt, en ik niet! Gisteravond heb ik de route met Google Maps praktisch uit het hoofd geleerd en ik probeerde een mooie combinatie te maken van grotere en kleinere wegen. En dat lukte. Het eerste stuk ging naar Chatillon-sur-Seine, via Saulieu, Semur-en-Auxois en Montbard. Het was wel verrekte koud. Graadje of tien, max. In Semur, wat een schilderachtig stadje is, dronk ik een kop koffie om warm te worden in een donkere, treurige bar die bevolkt werd door een handvol zwijgende mensen. Tableau non-vivant, zal ik maar zeggen. Het weer was bijna winters. Donkergrijze hemel, snijdend windje. Maar bij Chatillon werd het lichter en kwam er af en toe een zonnetje bij. En weer een half uurtje later reed ik in de zon. Nog steeds fris, maar heel plezierig.


Met het zonnetje kwamen echter ook de insecten. Daar had ik gisteren al last van, maar vandaag moest ik af en toe stoppen om de meuk van mijn vizier te vegen. Nu heb ik mij laten vertellen dat er ontzettend veel verschillende soorten insecten zijn (...in fact: they are the ones who rule the world, not mankind..., hoorde ik David Attenborough eens zeggen op National Geographic), maar als motorrijder ontgaat je die nuance volkomen en maak je je eigen indeling van het Rijk der Vliegende Insecten. Op de motor, met een kilometertje of tachtig per uur, zijn er in feite maar drie soorten vliegende insecten. 1.) de kleine vliegende snotcontainers die geluidloos 'splet' doen op je vizier. Ze zijn er in soorten en maten, maar dat doet er niet toe. 2.) insecten die 'plok' doen als ze je vizier raken en dan terugstuiteren. En 3.) insecten die 'plok' doen en je steken als je je vizier open hebt staan. Geloof me, ik weet hoe dat voelt. Ziedaar! De hele zooi aan Linnaeus-taxonomie gereduceerd tot drie eenvoudige te onthouden categorieën. Wat is de menselijke geest toch in staat tot mooie dingen! Splet, Plok, of Plok-Auw. Niks meer aan doen, zou je zeggen. Maar toch kan het nog eenvoudiger. Bij een hogere snelheid, zeg 160 kilometer per uur, verdwijnt de categorie 'plok'. Alle 'plok-insecten' worden dan 'splet-insecten'. Of er bij die snelheid ook een nieuwe, interessante categorie 'splet-auw' bestaat, weet ik (nog) niet. Maar ik denk het wel. En toch: hoe harder je rijdt, des te eenvoudiger doet de wereld zich aan je voor. Denk daar maar eens over na!


Anyway, het werd dus fris maar mooi weer. En de wegen! Voorbij Chatillon, richting Vendreuve-sur-Barse en Brienne-le-Chateau, leek het alsof ik de wereld voor mij alleen had. Kleine wegen, heuvels, afgewisseld met verstilde dorpjes. Mooi! Ik heb een paar fotoos gemaakt die hopelijk laten zien wat ik bedoel. Verderop, als je het zuidelijk deel van de Champagne binnenrijdt, wordt het landschap heel anders: nog steeds heuvelachtig maar met kaarsrechte wegen door -denk ik- graanvelden heen. Heuveltje-op, heuveltje-af en heel overzichtelijk (Eveneens fotos). Dan krijg ik de neiging om het gas open te draaien en dat heb ik dan ook gedaan. Hoe hard wil een bepakte en bezakte TDM? Zo hard, dus.


Lunchen deed ik in Brienne-la-Vieille. Had ik al de loftrompet uitgestoken over de Franse horeca? Toch wel? OK, nog één keertje dan. In Brienne at ik de plat du jour, bestaande uit fantastische in tomatensaus gestoofde kip, met heerlijke freedom fries erbij en een salade mixte. Plat du jour was, hou je vast, 6 (zes) euro vijftigggggg. Salade 2 (twee) euro. Orangina (avec sa pulpe) erbij voor de dorst en een p'tit crème toe voor de caffeïne. Totaal iets meer dan 11 (elf, eleven, onze) euro! Kom er maar eens om.


Dus ik was een blije motard, op weg naar het noorden. Zonder moeite, en mooi rijdend, bereikte ik St. Ménéhould, ruim in het echte, pretentieloze maar mooie Noord-Frankrijk. Ik was enorm opgeschoten en besloot om wat te gaan dwalen in de buurt van Vouziers. Er zijn daar veel bossen (het Argonne-woud), Eerste-Wereldoorlog-monumenten en mooie kronkelende wegen. Anderhalf uur lang, losjes op de kaart navigerend, reed ik kriskras door het gebied. Ik ben een paar keer gestopt om naar de monumenten te kijken. De meest interessante waren de Kaiser-Tunnel (gebouwd voor Duitse troepenverplaatsingen) en de Abri du Kronprinz (gebouwd voor Kroonprins Wilhelm), allebei vlakbij Vouziers. Daarna reed ik naar Charleville-Mézières en pakte ik de n43 naar Givet. Om kwart over vijf was ik in Haybes, in hotel St. Hubert.


Nogmaals, vandaag was een geweldige motordag. Het weer, dat steeds beter werd, en de rust en uitgestrektheid van het landschap maakten dat ik helemaal blij werd. Natuurlijk: Italië en Corsica, met het warmere klimaat en spectaculaire natuur, vormen een klasse apart. Maar hier, in Noord-Frankrijk, dat door de meeste mensen als slechts als oninteressant doorgangsgebied naar het zonnige zuiden wordt beschouwd, kun je heerlijk vrij en rustig rijden. Blij dat ik hier langs ben gegaan!

Reacties

Reacties

vriend J

hai Theo
Ik zit me elke dag te verheugen op het tijdstip dat je weer binnen komt vliegen. Wat ontzettend leuk je zo te volgen! Inderdaad, Noord-Frankrijk is onderschat en vooral dat stuk van de Franse Ardennen dat je gepakt hebt, is prachtig. Ik weet niet hoe de Heer je morgen gaat leiden natuurlijk, maar als je via Chimay gaat, kun je daar op het dorpspleintje genieten van het prachtige oude dorpje en je koffie tot je nemen. groet

Pieter Dekker

oh... sorry.... ik zal weer een beetje meer ruimte maken in de garage. Welkom thuis!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!