Pescia-Tarquinia
Dag 5: Pescia-Tarquinia
Laat ik er maar geen doekjes om winden: vandaag was een matige dag, waarbij alles uiteindelijk toch redelijk goed kwam. Ik vertrok om half tien uit het hotel nabij Pescia. Op mijn prima 1:650.000 (Freytag & Berndt) kaart was het heel lastig om uit te vogelen hoe ik de eerste 40 km op de doorgaande weg van Empoli naar Siena (de 429) moest komen. En deze kaart hield bij Siena op. Daarna zou ik moeten vertrouwen op een heel matige 1:800.000 kaart (Hallwag) van Noord-Italië, en die gaf buiten de heel erg doorgaande wegen totaal geen houvast. Het eerste stukje had ik in het hoofd geprent: van Pescia naar Montecatini naar Monsummano naar Lamporecchio naar Fucecchio. En dan vlak voor Empoli de 429 op.
Dat ik het gevonden heb is een waar mirakel. Het gebied waarin deze stadjes liggen laat zich het best omschrijven als een gigantisch, door een kleuter ontworpen industrieterrein met dorpjes ertussen. En daar reed ik dus, in de maandagochtend-drukte. Het krankzinnige overige verkeer ontwijkend en tegelijkertijd zoekend naar houvast en bordjes. Dat viel niet mee, maar de bordjes hingen er verdikkeme gewoon wèl! Twee keer heb ik gegokt en goed gegokt; één keer moest ik omdraaien omdat ik een bordje te laat zag. Maar na een dik uur was ik er door. Daarna ging ik op zoek naar een betere kaart. Ik stopte bij een stuk of vier tankstations, maar kaarten waren niet verkrijgbaar. Dat zou betekenen dat ik op de borden zou moeten rijden, grosso modo van Siena richting Viterbo, en dat ik niet de kleinere wegen kon nemen.
Mijn humeur werd er niet beter op toen ik ontdekte dat de 429 een vreselijke weg is. Slecht wegdek en voortrazend doorgaand dieselverkeer. Inhalen erg lastig vanwege de vele afslagen. Na een half uur was ik er helemaal klaar mee. Waar de 665 (zie gisteren) goddelijk was, leek dit eerder werk van de duivel te zijn. Ik herdoopte de weg dan ook tot '666'. Maar dit de komende 250 kilometer? En dan ook nog dor het centrum van een paar grote steden rijden? Ai! Bij Certaldo besloot ik de kaart nog één keer te bestuderen en te kijken of ik een werkbare alternatieve route kon vinden. Ik zag een klein logisch stukje dat me in ieder geval langs Siena zou brengen: van San Gimignano naar Colle, dan een stukje de 541 volgen en dan ergens links terug naar de doorgaande weg. Ik keerde om de afslag te nemen en zag aan mijn rechterhand een tankstation. In een opwelling stopte ik en, verdorie-nog-an-toe: daar lag een kaart van Toscane, 1:250.000. Prima details, alle wegnummers, alle dorpjes...
Dus vanaf dat punt kon ik een route uitzetten van dorp tot dorp. Dat ging gedurende twee uur lang prima en ik reed met mooi weer door mooi Toscane. Dorpje-op-heuvel, bochtjes, uitzicht, etc. Maar toen stuitte ik op een ragfijn-samenspannend cluster wegwerkzaamheden tussen een stuk of zes dorpen en werd ik gedwongen naar de doorgaande weg terug te gaan. Niet de goede, maar de 223 richting Grosetto. Maar daar kon ik na een paar kilometer wel weer vanaf om binnendoor de juiste richting weer te vinden. Nou, niet dus! Ook hier was sprake van Groot Onderhoud en waren de eerste vier-vijf afslagen gewoon dicht. Dus daar ging ik weer, met 70-80 achter een colonne vrachtwagens. Tunnel in, tunnel uit. Pas na een kilometer of veertig, bij Paganico, kon ik er weer af. Ik nam de (zeer bochtige) weg die me via Cinigiano, Arcidosso en Pitigliano naar het Lago di Bolsena zou brengen. Gezien de vele bochten en het zeer matige asfalt vond ik het lastig om in te schatten waar ik tegen het einde van de middag zou zijn. Bij het meer, of verder? Eigenlijk wilde ik in de buurt van Civitavecchia eindigen, om van daaruit morgen de veerboot naar Corsica te nemen.
Tegen half vijf was ik bij het meer, in Capodimonte. Ik maakte een korte stop (fotoos) en besloot om door te rijden naar een dorp in de buurt van Civitavecchia. Ik schatte in dat dat een uurtje rijden zou zijn. Dus ik nam de weg naar Tuscania om van daaruit naar Monte Romano te rijden. Daarna zou ik een hotel zoeken. Maar ja, zoals die dingen gaan: ik miste een afslag. Dat merkte ik pas na een kilometer of vijf en ik besloot om niet om te keren maar om via kleine weggetjes een stuk af te snijden naar de juiste weg. Links, links, en dan moest het wel goed komen. Terwijl ik zocht naar de eerste afslag links, rijdend met het vizier open, vloog er een groot insect in mijn gezicht, vlak boven de brug van mijn neus, in de rechter oogkas. De pijn was aanzienlijk maar werd twee seconden later acuut: ik werd gestoken. Het was een wesp. Na een noodstop verwijderde ik het beest (dat nog aan me vast zat) uit mijn gezicht. Chips! Hoe zou ik reageren op een wespesteek op deze plek? Een enorme zwelling ofzo? Ik besloot om dat maar niet af te wachten maar zo snel mogelijk een hotel te vinden. En aangezien ik op de weg naar Tarquinia zat, werd het dus ook Tarquinia. Daar vond ik meteen een hotel (Tarcone), bovenin het stadje. Uitzicht op zee!
In het hotel ging ik meteen aan de gang om een veerboot naar Corsica en een hotel te boeken. Dat eerste lukte niet. De reserveringssite van de rederij lag eruit en ook telefonisch kwam ik er niet door. Omdat ik toch morgen van vasteland-Italië weg wilde, boekte ik maar een ticket naar Golfo Aranci, in het noorden van Sardinië. Van daaruit is het maar een klein stukje naar de noordpunt van het eiland, vanwaar je in ongeveer 40 minuten met de boot op Corsica kan komen. De orijs van het ticket viel me mee: minder dan 25 euro voor een overtocht van meer dan 5 uur. Had verwacht dat dat veel duurder zou zijn. Daarna boekte ik via Booking.com een hotel in Golfo Aranci, op 500 meter van de haven.
Nadat ik mezelf had opgefrist en de zwelling op mijn hoofd had bekeken, ging ik eten in het restaurant van het hotel. Er waren geen andere gasten. Ik vond dat niet erg. Met een boekje erbij en wat kaarten om te bestuderen vermaak ik me wel. Ik was blij met de boeking die ik had gemaakt. De vertrektijd was 14.15. Dat gaf mij de tijd om uit te slapen en toch ruim op tijd bij de veerboot te zijn!
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}